Mijn kind gaat naar school. Ik ook!

Logo VGC

In het project "Mijn kind gaat naar school. Ik ook" wil Brusselleer in samenwerking met de school de competenties (vaardigheden, kennis, attitudes) van laaggeletterde ouders versterken om de schoolloopbaan van hun kinderen zo goed mogelijk te ondersteunen.

  • door de zelfredzaamheid van de ouders binnen de school te versterken;
  • door onderwijssteunend gedrag te ontwikkelen.

Het project wordt uitgevoerd in opdracht van de VGC en loopt in nauwe samenwerking met
het OCB en
het Huis van het Nederlands,
die eveneens ondersteuning in de scholen aanbieden.

Een eerste indruk krijg je in de film:

 

Het concept: bouwstenen

De competenties van de ouders worden versterkt via lessen. De lessen worden aangeboden in overleg en op maat van de ouders én de school vanuit een ontwikkeld aanbod. Het ontwikkelde aanbod bestaat uit een aantal relevante thema’s, bepaald vanuit ervaring en onderzoek, die bouwstenen worden genoemd. Er is keuze uit:

  • Taalstimulering in de thuissituatie
  • ICT en digitale geletterdheid
  • Communicatie met de school
  • Vrije tijd en spelend leren
  • Opvoeden
  • Leren leren
  • Opstap alfa
  • Nieuwe instappers
  • Derde kleuterklas
  • Eerste leerjaar
  • Overgang secundair
  • Organisatie van het onderwijs en de school

“Nederlands leren'' is geen bouwsteen uit het aanbod, maar taalverwerving komt op een geïntegreerde manier aan bod in functie van de te realiseren doelstellingen binnen de bouwstenen.

Een school die Nederlandse taallessen wenst voor haar ouders stelt die vraag via het Huis van het Nederlands Brussel.

 

Een aanbod op maat van de school

De concrete keuze van de bouwstenen voor de ouders op een school is afhankelijk van de verwachtingen van de school en de groep ouders die samengebracht wordt. We voorzien geen volgorde in modules en drukken geen voorkeuren uit. Het is aan de lesgever en de school om samen te beslissen wat ingericht wordt.

In het aanbod komen wel steeds drie aspecten in meer of mindere mate aan bod. Daarnaast kunnen diverse invalshoeken de cursus concreet mee vorm geven. Binnen de contouren van het agogisch project van CBE Brusselleer legt elke begeleider accenten Er wordt bovendien rekening gehouden met de cultuur van de partnerschool.

 

Drie vaste aspecten

  • De school als context

Ouders leren de context school kennen. Enkele voorbeelden:

  • Wat gebeurt er in de klas?
  • Wie doet wat op school?
  • Welke informatiekanalen gebruikt de school?
  • Wat verwacht de school van ouders?

 

  • Communicatie

De communicatie van ouders met de school wordt ondersteund. Enkele voorbeelden:

  • Vragen (durven) stellen aan de juf/meester, het secretariaat, …
  • Briefjes lezen en invullen
  • Naar het oudercontact gaan
  • Omgaan met de schoolagenda, heen- en weerschriftjes, …
  • Kennis van de schooltaal verhogen

 

  • Opvoeden van kinderen

Thema’s uit die de opvoeding van kinderen kunnen ondersteunen en inspelen op de vragen en interesses van ouders, krijgen ook aandacht. Enkele voorbeelden:

  • Huiswerkbegeleiding
  • Straffen en belonen (omgaan met ongewenst gedrag van je kind)
  • Grenzen stellen
  • Kinderen stimuleren in hun ontwikkeling
  • Structuur bieden
  • Spelen
  • Vrije tijd en sport
  • Waar kan je terecht met vragen?

 

De organisatie van het aanbod

Er zijn 2 lesmomenten van 3u per week op de school. Er worden 2 bouwstenen tegelijkertijd gegeven. Een bouwsteen duurt ongeveer 30 lesuren.
We richten meerdere bouwstenen in per schooljaar.

De formule van bouwstenen is zo opgevat dat een andere organisatorische schikking of inhoudelijke invulling bespreekbaar is.

 

Een aanvraag indienen?

De eerste oproep voor het scholenproject wordt gedaan op de directiedag die het OCB elk jaar in februari organiseert. Daarop wordt alle ondersteuning aan scholen voorgesteld en ontvangen de scholen ook het aanvraagformulier voor het project.

Scholen dienen vervolgens het aanvraagformulier in voor eind april bij:

CBE Brusselleer
tav Anja Geerdens

Marcqstraat 16
1000 Brussel

anja.geerdens [at] brusselleer.be (subject: %27aanvraagformulier , quot, Mijn%20kind%20gaat%20naar%20school.%20Ik%20ook, quot, %27)

 

Begin juni krijgen alle scholen feedback over hun aanvraag.

Door een aanvraag in te dienen gaat de school akkoord met de algemene voorwaarden (zoals die ook worden opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst):

  • Er moeten minimaal 60% SES-leerlingen aanwezig zijn op de school.
  • De school organiseert voor de ouders een sessie rond laaggeletterdheid in samenwerking met Brusselleer.
  • In samenwerking met het Huis van het Nederlands organiseert de school een infosessie waarop alle (niet-Nederlandstalige) ouders van de school uitgenodigd worden. Tijdens deze infosessie krijgen ouders met de ambitie om Nederlands te leren en ook oefenen meer uitleg over mogelijke lesplaatsen in de buurt, kosten, uurroosters enz. De ouders krijgen ook meer informatie over een bezoekje aan het Huis van het Nederlands. Deze infosessie duurt een half uur.
  • Het is een kritische succesfactor dat de directie van de school een faciliterende rol speelt. Daarnaast verwachten we dat zowel leerkrachten als ander schoolpersoneel positief staan ten opzichte van ouders en het aanbod dat voor hen ingericht wordt. Een goede informatiedoorstroom in de school is belangrijk. De lesgever kan je bijvoorbeeld de cursus introduceren op een personeelsvergadering. Op zo’n moment kan inhoudelijke input gevraagd worden voor de cursus, feedback gegeven worden of medewerking gevraagd voor bepaalde oefeningen of een project.
  • We rekenen op de school om ouders aan te spreken, uit te nodigen voor het aanbod en blijvend te motiveren. De school heeft een belangrijke rol te spelen in de werving. Dit werven kan gebeuren met flyers, via de agenda, via een zorgleerkracht of een klasleerkracht die ouders concreet aanspreekt aan de schoolpoort. Een combinatie kan ook. Hoe persoonlijker het contact, hoe succesvoller het vaak is. Soms kan het aanbod voorgesteld worden op een infomoment voor ouders. Het moet voor ouders duidelijk zijn waar en wanneer ze zich kunnen inschrijven.
  • De lesgever moet kunnen beschikken over een aangenaam lokaal van aanvaardbare grootte, stoelen op maat van volwassenen, een bord en een cd-speler. Afhankelijk van inhoud en vorm van de lessen zijn een dvd-speler en een tv, of een pc (met internetaansluiting) en een beamer nodig. de lesgever bekijkt met de school en met Brusselleer wat mogelijk is.
  • Het is belangrijk dat er op de school één aanspreekpersoon is bij wie de lesgever terecht kan met praktische en andere vragen. Deze aanspreekpersoon volgt het verloop van de bouwstenen op en ondersteunt. De school bezorgt aan de medewerkers van Brusselleer de nodige informatie over de school, populatie, partnerschappen,… (De lesgever krijgt een basispakket met infobrochure, schoolreglement, lijst van leerkrachten, agenda, overzicht van verlof- en andere vrije dagen, …) De lesgevers vraagt een exemplaar van alle uitgaande schoolbriefjes in zijn postbakje te droppen.
  • Het lokaal waar de lessen doorgaan is bij voorkeur niet de enige plaats waar de lesgever en de ouders vertoeven. Het is net de bedoeling alle uitdagende elementen te benutten. Dit kan zowel binnen de school (gangen, prikbord, speelplaats, knutselruimte…) als daarbuiten zijn (wanneer er bijvoorbeeld een uitstap naar het park op de agenda staat). De lesgever stemt vooraf af met de school wat kan en wat niet. Sommige scholen weten liever vooraf wanneer je door de gangen trekt met je cursisten. Voor andere scholen is een onverwacht bezoek in de klas geen probleem. Goede afspraken maken goede vrienden.
  • Er worden afspraken rond de pauze gemaakt. Soms zorgt de school voor verwelkoming en koffie, soms brengen cursisten koekjes mee.
  • De school respecteert de Welzijnswet van 4 augustus 1996, de KB's van de codex en de nog geldende wetgeving van het ARAB.
  • Het is de verantwoordelijkheid van de hiërarchische lijn van de school om de veiligheidsinstructies, die voortvloeien uit de risicoanalyse van de school, duidelijk te maken aan de lesgever (onder andere de procedures/instructies bij brand, andere noodsituaties en evacuatie).

Delen: